Het thema opvoeding is een ‘hot topic’ tegenwoordig -gelukkig maar. In de geschiedenis van de mens, is dit onderwerp een vrij recent fenomeen.

Ik persoonlijk ben erg dankbaar voor deze ontwikkeling. Voor mij betekent deze verandering, dat we niet langer naar kinderen kijken als kleine volwassene, die nog niet ‘af’ zijn en nog heel veel kennis moeten opdoen en manieren moeten leren.

In het verleden werden de ‘juiste’ boodschappen dan ook via angstaanjaagende verhalen en beelden overgebracht, zoals bijvoorbeeld door de sprookjes van de gebroeders Grimm. Gelukkig vragen we ons tegenwoordig wel af, of we onze kinderen bang willen maken voor de komst van een stiefmoeder – plusmama zoals in assepoester. Of, of we hun drang naar ontdekking willen onderdrukken door verhalen van heksen, die in het bos op kindjes wachten om hun dan op te eten zoals in Hans en Grietje.

 Dus, hoe blij ik ook ben met de ruimte en aandacht die binnen onze maatschappij is ontstaan voor onze kinderen en hun ontwikkeling, toch merk ik dat het een effect heeft op de ouders.

 Ik heb niet enkel een moeder horen zeggen, dat ze het niet meer ziet zitten en niet meer weet welk boek, welke cursus, welke blog, vlog of podcast ze nog moet lezen, bijwonen of beluisteren over ‘mild ouderschap’, ‘positief parenting’ en hoe ze nog allemaal heten om eindelijk tot een harmonieus thuis te komen.

 Eerlijkgezegd was ik ook een van deze moeders, begrijp mij niet verkeerd, ik lees nog steeds erg graag over opvoeding en kinderen en alles wat ermee te maken heeft, maar ik heb een belangrijk ding begrepen, waar naar mijn gevoel weinig over gesproken word.  

Namelijk, je kan een ander niet geven wat je zelf niet hebt. Ja, dat klinkt misschien naar een ‘afgezaagde scheurkalender uitdrukking’ – maar het is zo waar.

Hoe moet je er zijn voor jouw kind tijdens een driftbui als je met jouw eigen gevoelens geen blijf weet?

Mogelijks, omdat je de hele dag moet functioneren en op het einde van de dag jouw eigen emmer zo vol zit, dat je er gewoon niet meer kan zijn voor jouw kindje, hoezeer je het ook zou willen. Of misschien, omdat je nooit hebt mogen oefenen met het uiten van jouw eigen emoties. Misschien weet je helemaal niet wat je kan doen voor jezelf als je helemaal overspoelt geraakt. Hoe wil je jouw kind begeleiden hierin?

Hoe moet je jouw kind begrenzen, als je het moeilijk vindt om neen te zeggen? Als je op het werk alles aanneemt en er altijd bent voor iedereen, hoe kan je jouw kind leren om aan te geven wanneer het genoeg heeft?

Als je deze situatie herkent, dan maakt het waarschijnlijk niet veel uit wat voor waardevolle dingen je tegen jouw kind te zeggen hebt. Kinderen leren vooral door ons te observeren. Dat betekent dat het niet zo belangrijk is wat je tegen jouw kind zegt, bijvoorbeeld tijdens een driftbuit, maar wel wat je doet.

Een voorbeeld: als jouw kind ziet dat je helemaal over jouw eigen grenzen gaat om iets te doen voor hem/haar gaat jouw kind niet leren dat hij/zij belangrijk is – in tegendeel! Jouw kind leert dat je voor anderen over jouw eigen grenzen moet gaan – dit is mogelijks iets dat je jouw kind juist helemaal niet wilt aanleren.

Wat moet je dan doen?

Alle wegen leiden naar Rome – indien ze eerst langs jezelf passeren!

Oké, maar wat bedoel ik daarmee…

Ik wil hiermee zeggen dat ik niet geloof dat er 1 manier is om dit ‘probleem’ op te lossen wat ik wel denk is dat je jezelf moet afvragen wat je eigenlijk nodig hebt om vervolgens iets aan jouw kind te kunnen geven.

Ik gebruik met een vriendin de analogie van het vliegtuig en de zuurstofmaskers hiervoor: ‘put your own mask first before assisting others’ logisch toch?

Hoe moet je anders zonder zuurstof zitten sukkelen, om dat masker op het gezichtje van jouw kind te krijgen, terwijl die daar helemaal geen zin in heeft en mogelijks nog tegen spartelt? Wie zou er dan niet in paniek geraken? Stilletjes voel je, hoe je geen lucht meer krijgt en je ziet je kind nog steeds zonder masker, in paniek voor zijn eigen veiligheid – ja dan val je flauw en kort daarna valt ook jouw kind flauw…wie is er geholpen? Juist! Niemand.

Een van de vele dingen, die mij geholpen hebben was de volgende vraag: ‘wie heeft het probleem?’ (iets dat ik opgestoken heb van Dr. Thomas Gordon – die een methode heeft ontwikkeld ivm opvoeding – zoals ik zei het is niet zo dat ik geen cursussen gevolgd en boeken gelezen heb hierover).

Wat wordt hiermee bedoeld?

In mijn geval ging ik er te vaak van uit dat ik iets moest doen voor mijn kinderen, hun helpen, iets voor hun oplossen, hun troosten, hun motiveren etc. Deze situaties zijn er, maar door jezelf de vraag te stellen – wie er nu eigenlijk last heeft van een bepaalde situatie creëer je mogelijks wat ruimte, zonder in een automatische reactie van helpen te schieten. Als je het bent die het probleem heeft – moet je dat eerst oplossen (own oxygen masks first!)

Een voorbeeld: mijn kind wil niet naar school

Dit doet mogelijks van alles met mij, ik heb immers niet de tijd om hier nu in discussie over te gaan. – Dit is mijn probleem: ik heb hier nu geen tijd voor. Ik sta eerst stil bij mijzelf en vraag mij af, kan ik er nu op ingaan wat er allemaal speelt en waarom mijn kind niet naar school wil? Soms misschien wel en soms niet. Eens ik hieraan uit ben – hetgeen ik kan geven en wat ik nu nodig heb pas dan kan ik er zijn voor mijn kind.

Als ik weet dat ik er niet op kan ingaan -ik heb een belangrijke meeting en ik ben eigenlijk al te laat, dan is het 100% zinloos om te proberen mijn kind te motiveren, over te halen, te begrijpen of wat dan ook – ik kan dit nu niet! Is dat erg?

Ja en neen, mogelijks voelt dat wel aan als tekortschieten, maar het is ook wat het is.

Ik kan dat nu niet veranderen. Ik kan wel vanuit mijn eigen behoefte (namelijk naar mijn werk vertrekken) heel duidelijk tegen mijn kind zeggen, dat ik daar nu geen tijd voor heb, ik kan zeggen dat ik wel wil weten wat er aan de hand is, maar niet nu.

In het beste geval als ik het echt helemaal volgens de boekjes wil doen en hier al wat ervaring en oefening in heb dan klinkt dat ongeveer zo: “ik zie dat je echt niet naar school wil gaan en ik wil het hier echt graag met jou over hebben, maar nu gaat dat niet. We kunnen vandaag naar het school lekker samen in de zetel gaan zitten en knuffelen en je kan mij er alles over vertellen maar nu moet ik door.

Misschien heb ik hier wat meer nodig voor mezelf (zeker in het begin) … Misschien voel ik mij nu ellendig en tekortschieten, heb ik het gevoel dat ik mijn kind in de steek laat en zo verder en zo verder. Indien dit zo is dan is het mijn job om dit verder uit te zoeken (door erover na te denken, te schrijven, lezen en/of door psychotherapie) en hiermee aan de slag te gaan.

Voor mijn kind is het mogelijks ook wel verdrietig, het zou zo veel fijner zijn geweest had ik er wel kunnen zijn. Had ik de tijd gehad om te luisteren of had ik de mogelijkheid gehad om mijn kind thuis te laten en een ijsje te gaan eten samen. Soms zal dat kunnen en soms niet– dat is het leven! Willen we onze kinderen niet vooral voorbereiden op het leven?

De ‘o’ in opvoeding staat voor de ouders! Ook we hebben noden en behoeftes, door eerst en vooral eerlijk te zijn met onszelf, onze eigen wensen te ontdekken en hiervoor op te komen, kunnen we authentiek in relatie staan met onze kinderen en er voor hun zijn zodat ze ook voelen dat we er zijn. We kunnen onze kinderen niet meer geven dan we hebben en dat hoeft ook niet. We zijn er voor hun als we er kunnen zijn en dan echt, helemaal!

Apply your own oxygen mask first!

Nikola

 

P.S.: Nikola Aerts was psychologe bij De FlowFabriek.